|
Naam
|
|
|
|
Doelgroep
|
|
|
|
Organisatie
|
|
|
|
1. Wat zijn volgens u de belangrijkste succesfactoren voor het welslagen van het toepassen van Lean Management in een dienstverlenende en publieke organisatie?
|
|
|
|
2. Wat zijn volgens u mogelijke valkuilen bij het toepassen van Lean Management in een dienstverlenende en publieke organisatie?
|
|
|
|
3. Wat zijn volgens u de kenmerken van een optimale cultuur in een organisatie vanuit de benadering van Lean Management?
|
|
|
4. Verdeel tien punten over de hieronder genoemde cultuurkwadranten uit het model van de concurrerende waarden van Robert Quinn. Met het toekennen van de punten aan een cultuurkwadrant geeft u aan in hoeverre u het kwadrant kenmerkend vindt voor een optimale lean cultuur.
De hiërarchische cultuur
Het werk is sterk gestructureerd en geformaliseerd. Procedures bepalen wat de mensen moeten doen. Effectieve leiders zijn goede coördinatoren en organisatoren. De organisatie heeft een hiërarchische opbouw. Regels en procedures houden de organisatie bijeen. Interne beheersbaarheid wordt gehandhaafd door middel van regels, gespecialiseerde functies en gecentraliseerde besluitvorming.
Kwaliteitsstrategieën die horen bij een hiërarchische cultuur zijn:
- foutenopsporing
- meting
- procesbeheersing
- systematische probleemoplossing
- toepassing van de 7 kwaliteitsinstrumenten
|
|
|
De marktcultuur
Marktwerking is dominant, voornamelijk door middel van geldelijke transacties met andere belanghebbenden, om op die manier een concurrentievoordeel te behalen. Resultaatgerichtheid, winstgevendheid, productiviteit, loyaliteit van klanten en marktaandeel zijn belangrijke doelstellingen van de organisatie. Succes wordt bepaald door marktaandeel en het vermogen om de concurrentie achter zich te laten.
Kwaliteitsstrategieën die horen bij een marktcultuur zijn:
- meting klantvoorkeuren
- productiviteitsverbetering
- partnerschappen creëren
- vergroten concurrentievermogen
- betrekken van klanten en leveranciers in de kwaliteitsstrategie
|
|
|
De familiecultuur
De structuur kent weinig managementniveaus, wel zelfmanagement, een informele sfeer en een mensvriendelijke plaats om te werken. De medewerkers hebben veel met elkaar gemeen. De organisatie wordt bijeengehouden door loyaliteit en traditie. Cohesie en moreel spelen een grote rol. Succes betekent ook een goede werksfeer en zorg voor de mensen. De leiders worden gezien als mentoren en vaderfiguren.
Kwaliteitsstrategieën die horen bij een familiecultuur zijn:
- empowerment
- teamvorming
- betrokkenheid van personeel
- voortdurende verbetering
- human resource
- ontwikkeling
- open communicatie
|
|
|
De adhocratie
Ondernemerschap en creativiteit staan centraal om een voorsprong op concurrenten te behouden. De nadruk ligt op toekomstvisies, georganiseerde anarchie en gedisciplineerde verbeeldingskracht. De organisatie kan snel andere vormen aannemen om op onzekerheid te kunnen reageren. De macht ligt bij taakgroepen, afhankelijk van het probleem dat op dat moment bij klanten en leveranciers, productie en onderzoek aan de orde is. Het bindmiddel in de organisatie wordt gevormd door een gevoel van betrokkenheid bij experimenteren en vernieuwen. Effectief leiderschap is visionair, vernieuwend en risicogericht.
Kwaliteitsstrategieën die horen bij een adhocratie zijn:
- verrassing en plezier
- creatie nieuwe normen
- in behoeften voorzien
- voortdurende verbetering
- creatieve oplossingen bedenken
|
|
|
|
5. Heeft u nog belangrijke aandachtspunten voor het toepassen van Lean Management in een dienstverlenende en publieke organisatie?
|
|
|
|
|
|
|